Momenten van rust, ik moet ze mezelf pakken

Tom is een vriend van me. We spreken na lange tijd weer met elkaar af, we gaan naar de tentoonstelling “Present” van Stephan Vanfleteren in het FOMU in Antwerpen.

Het is half januari 2020 en als ik bij hem in de auto stap merkt Tom op dat ik dun bejast, ongesokt en schaars geschoeid ben. Tom zegt dat hij zelf een echte koukleum is. Als we later die dag langs de Schelde lopen waait het ook echt flink. In vertel hem dat ik nu zo’n ruim twee jaar koud douche en dat mijn lichaam daardoor beter gewend is aan kou. 

Tekst en foto’s: Erik Daems

Tom, hoe gaat het nu met je?

Ik heb een pittig jaar achter de rug met stress en drukte op het  werk. Ik vind het wel ontzettend tof om nu zo met jou op stap te gaan. Ook even rust. Ik heb een drang om altijd te willen werken. Als niemand me daar in remt dan blijf ik maar doorgaan. 

Ik heb veel zin in mijn nieuwe baan. Ik werk bij de provincie Noord-Brabant. Ik ben nu projectleider, maar word in februari omgevingsmanager van een gebied in West-Brabant. Samen met bewoners en bedrijven gaan we verder dat gebied een eigen smoel geven. We kijken hoe het landelijke gedeelte van het gebied aantrekkelijker kan worden voor de mensen die er wonen en voor mensen die er komen recreëren. 

Ik heb wel veel dingen er naast, ik houd vogels, ik heb mijn tuin, ik zing in een mannenkoor en zing nog in een klein a capella groepje. Dat groepje heette vroeger Vet, nu heten we Chill. Dat zingen is heerlijk ontspannend. Donderdag is normaal het einde van mijn werkweek, dan ben ik wel helemaal kapot en dan moet je nog zingen. Maar na het zingen bij het mannenkoor ga ik weer helemaal fris weer naar huis, vol met energie. 

Wat zijn dingen waar je heel gelukkig mee bent dat ze nu in je leven zo zijn?

Ik ben heel gelukkig met mijn vriendin Sonja. En ik woon echt heel fijn. Niet zozeer de luxe van het huis, maar gewoon. Het plekje. Vrienden om mij heen is ook altijd fijn. En zingen.

Onze reizen zijn heel fijn. We gaan binnenkort drie weken naar Sumatra. Sonja wil altijd wandelen en veel ondernemen op vakantie. Ik vind het ook wel prima om eens een dag niks te doen op een pleintje en te kijken hoe het leven zich daar afspeelt. 

We gaan in Sumatra zeker een trekking maken in het oerwoud, Sonja wil graag orang oetangs zien, ik heb die al eerder gezien in het wild. We gaan ook op een mooi eilandje in een hutje zitten en relaxen en lekker snorkelen en duiken. Je staat ’s morgens op, loopt tien meter en je springt zo de zee in, heerlijk. Niet veel luxe, lekker eenvoudig en eten uit de zee. Je eet elke dag vis. Als ontbijt eet je meteen rijst met vis. En met de lunch. En ze doen dat ook maar met het diner. Klinkt eentonig, maar ik vind dat wel erg lekker.

Van welke dingen op een dag kun je heel blij worden?

Ik heb een paar collega’s met wie ik goed overweg kan en lekker mee kan ouwebetten en grappen maken, echt heel erg leuk. Thuiskomen na het werk is ook altijd heel fijn, goed om Sonja weer te zien. Het kunnen soms heel kleine dingetjes zijn. Als er buiten heel mooi licht is, of ik zie een mooie plant bloeien. Of in de tuin, als ik een libel zie vliegen, of de eerste vlinders. Het is ook erg fijn als de lentevogels zoals de tjiftjaf weer beginnen te fluiten.

Ik ga nu wel eens jagen met een collega. Er is een bosje bij mij tegenover, daar hebben we nu een jachtvergunning voor. Los van de moraliteit vind ik wat hij doet een heel mooie pure manier van jagen. Hij jaagt zonder geweer maar met een hond, fretjes en een havik. Het zit toch dicht bij de natuur. Niet altijd alle kans op succes, het is niet zo dat je aan het eind van dag met tien konijnen uit het bos komt, als je een goede dag hebt dan vang je er eentje. 

Er zitten niet meer zo veel konijnen, maar in dat bosje nu zoveel dat ze er ook een paar weg willen hebben. Zo’n populatie kan heel snel gaan. Als er een goed jaar is hebben de konijnen vier of vijf nestjes. Een nestje kan hetzelfde jaar ook weer jongen krijgen. Als er nu ergens tweehonderd konijnen zitten kunnen het er aan het eind van het jaar ook tweeduizend zijn. Als er geen ziekte in komt, is er het zo weer van vergeven.

Ik vind het mooi om ook toeschouwer te zijn van dat samenspel van die jager en zijn dieren. De hond gaat op zoek naar een hol waar een konijn in zit. Er wordt een fret in om ingestuurd het konijn er uit te jagen. Dan komt het konijn er uit, kijkt even, en begint te rennen. Op dat moment wordt de havik losgelaten en die gaat achter het konijn aan. De jager en de dieren doen alles in zo’n harmonie met elkaar, het gaat ook allemaal razendsnel. 

Van wie of waarvan krijg jij inspiratie?

Van mensen die koud douchen. (lacht). Nee serieus, het zet me wel aan het denken. We zijn met zijn allen wel heel ver van de natuur afgeraakt. Op het werk zitten heel veel natuurmensen die dingen allemaal veel bewuster doen dan ik, ik ga toch een beetje mee met de massa. Zij vinden ook dat ik met mijn vliegreis straks een te grote ecologische voetafdruk maak. Ik vind het goed om aan het denken gezet te worden door mensen die het net even anders doen en durven te doen. 

Ik krijg ook inspiratie van mensen die heel veel mededogen naar anderen hebben, dat zijn altijd de mensen die me raken. Ik was afgelopen week bij een oud-collega. Een heel kundige man. Maar ook heel bescheiden, en een heel warme man. Je wordt echt omringd door warmte als je bij hem en zijn vrouw op bezoek bent. Dan ga je met een heerlijk warm gevoel naar huis. 

Welke dingen die je ooit gedaan hebt zou je zeker nog een keer willen doen?

Waar ik wel eens naar terug verlang is te tijd dat ik wat minder van mezelf hoefde. Hardlopen wil ik nog eens oppakken. Ik heb dat vroeger heel fanatiek gedaan, zes dagen per week. Ook heb ik een keer een sabbatical gehad van zeventien weken waarin ik gereisd heb, die reizen hebben me wel echt veranderd en een beter mens van me gemaakt. 

Ik kreeg er ook veel zelfvertrouwen van. Dat je van jezelf weet dat je met je rugzak op zo zeventien weken kunt reien, zonder veel voorbereiding. Ik had niet meer bij me dan twaalf kilo bezit. We zijn geneigd om hier in Nederland te vinden dat we alles beter doen dan op andere plaatsen maar dat is natuurlijk niet zo. We kunnen nog ontzettend veel leren van anderen. Ik heb geleerd meer te kijken en minder snel te oordelen. 

Ik ben in 2002 in Nepal, Tibet en China geweest en naar Sulawesi en Java in Indonesië. Tibet leefde in de jaren vijftig nog in de middeleeuwen. Het was ooit zelfstandig, het is nu ingelijfd door China. China stuurt nog steeds massa’s Chinezen naar Tibet, op een gegeven moment wonen er dan meer Chinezen dan Tibetanen in Tibet. Rusland doet hetzelfde met de Krim, in Australië en Amerika is in feite ooit hetzelfde gebeurd.

Wat je ziet is dat de oorspronkelijke bewoners een beetje de tweederangs burgers worden. Het worden toch de handelaars en de sjacheraars en houden vast aan hun eigen gebruiken. Ze krijgen niet de overheidsbanen en de goede opleidingen en vervallen wat sneller in verslaving. Ik was in Tibet met een medereiziger op bezoek bij een monnik, hij bewaarde nog altijd een foto van de vroegere leider Dalai Lama. Daar zou hij voor in de gevangenis kunnen belanden maar hij vertrouwde ons. Hij liet ons de foto zien en begon te huilen. 

Ik bleef daar, nadat ik hoogteziekte had gehad, een paar dagen in het dorp hangen. Ik zat daar op een bankje, komen er twee stokoude Tibetanen aan weerszijden van me zitten. Ik spreek wel geen woord Tibetaans en zij geen woord Nederlands, maar we hebben anderhalf uur lang met gebaren en handen en voeten een geweldig contact gehad. 

Waar kun je energie van krijgen?

Van de zon. Ik krijg energie als iets af heb en iets gemaakt heb. Ik zit altijd vol ideeën, ik wil altijd veel dingen doen. Ik krijg ook energie van muziek. 

Ik krijg ook heel veel energie van tuinieren. Je begint met een paar knollen of wortels of plantjes die nog niks voorstellen. In de loop van het seizoen moet blijken of je het goed hebt gedaan. Als dat weer een heel mooie tuin oplevert waarin veel bloemen, vlinders en andere insecten te zien zijn dan ben ik toch weer zielsgelukkig. In de tuin werken is voor  mij pure meditatie.

Wat is je wens?

Zo veel en zo weinig. Ik wens dat ik en de mensen die ik liefheb lang gezond blijven. Er zullen altijd wensen en dromen blijven. 

Een grote wens is weer rust in mezelf terug te vinden. Ik ben daar wel eens beter in geweest. Ik kan wel rustig worden van wandelen in de natuur. Of thuis zitten met de open haard aan, in complete stilte naar de vlammen kijken. 

Ik had vanochtend eigenlijk kano-les maar ik ben niet gegaan. Ik had dus ook wat eerder bij jou kunnen zijn, maar ben wat langer in bed blijven liggen en heb wat tijd genomen om een beetje voor me uit te zitten denken. Die momenten van rust, ik moet ze mezelf gunnen en pakken.